Fragment Verloren Brood

Door Permalink 0

Ze had altijd gedacht dat ze het er koud van zou krijgen, dat er rillingen door haar lijf zouden gaan, maar dat was niet zo. Ze had niet meer kou dan anders. Ze wist nog goed waar ze lagen. De hoofdweg rechtdoor, het derde pad links en dan op het einde, daar was het. Zelf had ze tijdens de begrafenis op de hoofdweg gestaan, om vanop een afstand toe te kijken. Ze hoefde het niet te zien van dichtbij, ze wist wat er gebeurde met een kist en levenloze lijven. Ze droomde destijds al nachtenlang van diepe gaten in de grond, gaten waarin iedereen plots verdween alsof ze opgezogen en verteerd werden door de aarde. Als je op een bepaalde tegel stapte in huis kon het al zo ver zijn, dacht ze. Een deurmat, een riooldeksel of een plas water. Alles waarin ze mogelijk kon verdwijnen, vermeed ze. Het was pas na de begrafenis dat ze met opzet in plassen begon te springen, op riooldeksels stampte en langer dan nodig op deurmatten bleef staan. Telkens sloot ze haar ogen en hield ze haar armen gestrekt tegen haar lijf terwijl ze haar vuisten balde, klaar om zich over te geven aan de val. Maar die val kwam nooit.

Fragment uit Verloren brood

Comments are closed.